|
Mijn
naam is Coby van Baalen (6-4-1957). Samen met mijn dochter Marlies en
mijn nichtje Marrigje vorm ik de vaste kern van Dressuurstal Van
Baalen. Hoewel wij vroeger thuis geen paarden hadden, ben ik er al
sinds mijn jongste jaren werkelijk bezeten van. Mijn vader Jan
Dorresteyn had een melkveebedrijf met zo'n tachtig koeien. Toch heb
ik het paardenvirus niet van een vreemde. Ik ben vernoemd naar mijn
grootmoeder, Jacoba van Rossum, de moeder van mijn vader. Ik lijk
uiterlijk veel op haar en bovendien was zij een paardenvrouw in hart
en nieren. Na mijn eindexamen havo wilde ik niets liever dan 'in de
paarden gaan', maar dat was toen nog uit den boze. Paardrijden was in
die tijd hobby en geen werk. Ik heb een opleiding bloemsierkunst
gedaan en had het geluk dat een leraar van school een bloemisterij
had in Maarn. Daar kon ik komen werken. In het weekend was hij thuis.
Dan had hij tijd om in de bloemisterij te werken en had ik vrij. Dat
was heerlijk, want in het weekend is er natuurlijk van alles te doen
op paardengebied. Op den duur kon ik daar halve dagen gaan werken. De
rest van de tijd gaf ik les en maakte jonge paarden zadelmak. Die
reed ik aan voor de verkoop en dan begon ik weer van voren af aan. Op
de keuring in Bennekom leerde ik mijn huidige echtgenoot Arie kennen.
Het was direct dik aan. Ik wilde verder in de paarden en op de
boerderij in Brakel stonden heel wat paarden om te rijden. Ik was
daar dus meer dan welkom.
Overigens heb ik mijn familie ook besmet
met het paardenvirus. Zowel mijn vader Jan Dorresteyn als mijn
jongere zusje Marian Dorresteyn gingen ook fokken met de nafok van
Zinni van Wittenstein. Het eerste eigen fokproduct van mijn inmiddels
overleden vader was de latere KWPN hengst Inspekteur (v.Darwin),
terwijl mijn zusje Marian met het eerste paard dat ze zelf fokte
later Grand Prix dressuur reed. Dat was Finesse (v.Aktion). Bovendien
fokte Marian uit dezelfde merrie ook de Europees young riders
kampioen Habibi (v.Ulft).
De eerste twaalf jaar van ons huwelijk
woonde we in een sta-caravan op het erf bij de ouders van Arie. Dat
was op dat moment een ideale situatie, want alle spaarcentjes konden
opzij worden gelegd en werden weer in de paarden gestoken. Bovendien
waren Opa en Oma van Baalen de beste oppas die we ons maar konden
wensen, nadat eerst in 1980 Marlies werd geboren en in 1984 Arie jr.
Ondanks de gezinsuitbreiding kon het werk gewoon doorgaan.
Toen ik
na ons huwelijk in Brakel kwam wonen, had ik één paard
waarmee ik landelijk Z sprong. Dat was Milona, een stermerrie van de
Engels volbloed Miller's Grey xx. Ik reed ook tuigpaarden, maar mijn
hart ging uit naar de dressuur. Arie's vader vond dat ik me moest
specialiseren en omdat we eigelijk allemaal het meest weg waren van
de dressuur, ben ik die richting op gegaan. Mijn schoonvader vond dat
ik één echt dressuurpaard moest hebben. Hij kocht
Natrial voor mij, een zoon van de Engels volbloed First Trial xx. In
het begin was ik daar helemaal niet blij mee. Ik had een grote
donkerbruine van een jaar of vier voor ogen, waar ik nog jaren mee
vooruit kon. In plaats daarvan kwam Arie's vader aanzetten met een
kleine, dikke vos van nog geen één meter zestig.
Natrial was al negen en kon nog helemaal niks. Bovendien kon ik hem
helemaal niet uitzitten, maar mijn schoonvader zei dat zo'n prachtig
bewegingsmechanisme niet te overtreffen was, dus ik moest maar gaan
oefenen. En dat deed ik. Alles wat we spaarden ging op aan lessen bij
Henk van Bergen, waar ik elke week naar toe ging. Arie sr. bleek
gelijk te hebben. De
eerste successen met Natrial kwamen al gauw.
Bezoek de website van Coby.
|